Ja, ik heb naar de EK-finale gekeken en ja, er was getoeter in mijn Barcelonese straat, maar toch, maar toch … ik weet niet of het Catalanen waren in die auto’s. Ik ben op de finale-zondag in Vilanova i la Geltrú, heerlijk op het strand aan het eind van de middag, in de minder hete zomerzon en voeten in het water. Over drie uur begint De Wedstrijd en terwijl ik niets om voetbal geef, voel ik nu toch de spanning en hoop ik dat Spanje kampioen wordt. Vriendin M en haar zeventienjarige dochter gaan niet kijken, dat weet ik al van de halve finale, het laat ze eigenlijk koud. Dat kan, het zijn tenslotte vrouwen. Maar ik vraag het toch nog maar een keer, want het gaat nu wel om kampioenschap. ‘Nee’, zegt M, met een soort matte stilte eromheen, ‘nee, ik ga niet kijken.’ Ik krijg een ingeving: ‘maar als het nou om het elftal van Catalunya ging, zou je dan wel kijken?’ M veert op, komt tot leven, ‘ja natuurlijk, nou en of ik zou kijken, wat dacht je.’ Ah, in de roos. Voetbal is politiek. Maar ...